Kendo is japans schermen. Het is een moderne sport en tegelijkertijd traditionele budo (krijgskunst) waarbij de spelers in tweegevecht met bamboe zwaarden (shinai) punten proberen te scoren op specifieke doelen van de tegenstander. De spelers hebben een beschermende uitrusting aan (kendo-gu / bogu) waardoor semi-contact trainen, sparren en wedstrijden mogelijk zijn.

Simpel gezegd kun je bij kendo punten scoren door met de shinai te treffen op de ‘men’ (hoofd), ‘kote’  (pols) en ‘do’ (buik). Voor gevorderden is er ook een stoot naar de keel (tsuki). Dit klinkt misschien wat eng, maar door de bescherming van de uitrusting is kendo heel veilig te beoefenen door mensen van vrijwel alle leeftijden. Verder lijkt het heel simpel, maar kendo is een hele strategische sport en juist door het beperkte aantal trefvlakken super intens!

Een belangrijk onderdeel van kendo examens zijn de kendo kata. Dit zijn 10 vaste vormen waarvan 7 langzwaard en 3 kortzwaard vormen. Deze kata worden uitgevoerd met massief houten oefenwapens of tijdens demonstraties met ‘echte’ japanse zwaarden.

The Concept of Kendo

The concept of kendo is to discipline the human character through the application of the principles of the katana (sword).

The Purpose of Practicing Kendo

The purpose of practicing kendo is:
To mold the mind and body,
To cultivate a vigorous spirit,
And through correct and rigid training,
To strive for improvement in the art of kendo,
To hold in esteem human courtesy and honour,
To associate with others with sincerity,
And to forever pursue the cultivation of oneself.
This will make one be able:
To love his/her country and society,
To contribute to the development of culture,
And to promote peace and prosperity among all peoples.

(Established on March 20, 1975)

 

Bron: The Concept of Kendo | 全日本剣道連盟 AJKF

Een kendo training is superleuk! Net als met andere gevechtskunsten houden we van een gestructureerde opbouw en respect voor elkaar. Veiligheid in de dojo staat altijd voorop en daar horen afspraken bij waar we elkaar aan houden.

Bij een standaard training beginnen we met goed opwarmen. Daarna gaan we over op basistechnieken, gevolgd door gevorderde technieken. Na deze onderdelen wordt er door spelers in uitrusting gesparred (jigeiko). Wanneer je nog maar net begonnen bent en nog geen uitrusting draag, mag je oefenen op de gevorderden zonder dat deze je terug slaan. Dit noemen we uchikomi-geiko. Klinkt leuk toch!?!

Als je de kendo smaak eenmaal te pakken hebt, dan wil je meer! Gelukkig is er ook een Nederlandse Kendo bond. (NKR) waar je lid van kunt worden. Deze bond organiseert meerdere malen per jaar centrale trainingen, wedstrijden en seminars. Tijdens deze centrale trainingen kom je kendo spelers uit heel nederland tegen;  krijg je les van hele ervaren leraren en kun je met spelers van het nederlandse team sparren. Jaarlijks organiseert de NKR ook een drie daags zomer-seminar in Amsterdam. Dit is een internationaal seminar waar japanse leraren en hun studenten voor ingevlogen worden. Je krijgt les van ze en kunt tegen ze sparren om van ze te leren. Hoe gaaf is dat!?!

Bij kendo kennen we net als met andere budo/martial arts een graden systeem, maar anders dan met bijvoorbeeld judo en karate is onze graad niet zichtbaar door bijvoorbeeld een gekleurde band.

Kendo kent 6 beginners graden (‘kyu’ graden) en 8 gevorderden graden (‘dan’  graden). De kyu graden tellen af. Dus 6 t/m 1 en de dan graden tellen op 1 t/m 8. De 6e tot en met de 2e kyu kunnen binnen de eigen dojo afgenomen worden. Maar de 1e kyu en de daaropvolgende Dan graden worden altijd afgenomen op een centraal examen. Vanaf 1e Dan worden de graden ook internationaal geregistreerd.

Een kendo examen bestaat uit een aantal vaste onderdelen.

1. Kirikaeshi: Een oefening van een set van vaste slagen [linkje]. Dit is van toepassing op de kyu en lagere Dan-graden

2. Jitsugi:Kendo examen ‘wedstrijd’ waarbij je twee keer een tegenstander van gelijk niveau komt te staan

3. Kendo Kata: Vaste vormen met houten zwaard.

4. Gakka: Een schriftelijk examen

Kendo is geen kendo zonder wedstrijden. De beste manier om beter te worden in kendo is simpelweg door je met zoveel mogelijk verschillende soorten spelers te meten door te sparren, samen te trainen en aan wedstrijden deel te nemen.

Bij kendo wedstrijden ga je de tweestrijd aan in een wedstrijdveld (shiai-jo). De ene speler heeft een rood lintje, de andere een wit lintje. Er zijn altijd drie scheidsrechters die de wedstrijd in goede banen leiden. Zij beoordelen of de treffer voldoet aan de voorwaarden van een punt (ippon) en kennen dit toe door middel van een rood of wit vlaggetje. Na een punt wordt het spel stilgelegd en proberen de spelers opnieuw te scoren. Meestal wordt een wedstrijd bepaald op basis van beste van drie, maar er zijn ook andere vormen zoals ippon-shobu (de eerste die scoort wint). Wedstrijden kunnen overigens in een gelijkspel eindigen (hiki-wake) of bepaald worden in een verlenging (ensho / daijosen)

Wat eenvoudig gezegd is een geldig punt bij kendo (yuko-datotsu) een treffer die met correcte techniek, met het juiste deel van de shinai (monouchi) op het juiste deel van het trefvlak (datotsu-bui) uitgevoerd is met de juiste intentie en vasthoudendheid (zanshin). Maar hoe dat nou precies in elkaar steekt leer je natuurlijk in de dojo.